Moestuinieren aan de rand van het bos
In mijn vorige huis hoefde ik eigenlijk nooit na te denken over de vraag: krijgt mijn moestuin wel genoeg zon?
Voorheen in een hoekwoning, er stonden geen grote bomen om de tuin en de zon had vrij spel. Een zonnig plekje voor de moestuin vinden was dus niet zo ingewikkeld.
Ruim twee jaar geleden verhuisden we naar een huis aan de rand van het bos.
Prachtig.
Maar voor een moestuin?
Dat bleek toch even een ander verhaal.
Waar is de zon gebleven?
Een bostuin klinkt heerlijk – en dat is het ook – maar al die mooie grote bomen hebben natuurlijk één klein nadeel: ze maken schaduw.
Veel schaduw.
En niet iedere dag op dezelfde plek.
In het voorjaar, wanneer de bomen nog niet volledig in blad staan, lijkt een plek soms heerlijk zonnig. Een paar maanden later kan datzelfde stukje tuin een groot deel van de dag in de schaduw liggen.
De zon staat bovendien gedurende het seizoen steeds ergens anders. En dan heb je ook nog de verschillende momenten van de dag.
Kortom: ik moest mijn eigen tuin opnieuw leren kennen.
Waar komt ’s morgens de zon? Welke plek krijgt juist in de middag nog een paar goede uren zonlicht? En wat gebeurt er als de bomen eenmaal helemaal vol in blad staan?
Ineens werd een rondje door de tuin ook een soort zononderzoek.
Een moestuin wil nou eenmaal graag zon
Veel groenten worden blij van flink wat zon. Denk aan tomaten, courgettes en komkommers. Geef ze warmte, licht, water en voeding en ze kunnen behoorlijk hard groeien.
Maar als je aan de rand van het bos woont, kun je niet even tegen een boom zeggen:
Zou je tussen elf en vier misschien je takken even aan de kant willen houden? Mijn tomaten staan hier.
Dus moet je het doen met de omstandigheden die er zijn.
Dat betekent hier vooral: goed kijken waar de beste plekken zijn en die slim gebruiken.
De zonnigste plekjes zijn ineens kostbaar geworden.
Maar schaduw betekent niet dat je geen moestuin kunt hebben
Gelukkig hoeft een moestuin niet van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat in de volle zon te staan om er plezier van te hebben.
Er is namelijk ook genoeg dat het prima doet met wat minder zon. Bladgroenten en kruiden zijn bijvoorbeeld vaak een stuk makkelijker tevreden te stellen dan echte zonaanbidders.
En eigenlijk vind ik die zoektocht juist wel leuk.
Wat doet het hier goed?
Wat duidelijk niet?
Kan iets volgend jaar beter op een andere plek?
Misschien moet een plant in een pot zodat ik hem makkelijker op een zonnigere plek kan zetten. Of blijkt een hoekje waarvan ik weinig verwachtte ineens verrassend geschikt.
Het is vooral veel uitproberen.
En laat dat nou precies zijn wat ik leuk vind aan tuinieren.
Tuinieren met wat je hebt
Je kunt natuurlijk eindeloos dromen over de perfecte moestuin.
Volle zon.
Prachtige rechte bedden.
Vruchtbare grond.
Precies genoeg regen, maar uiteraard alleen ’s nachts.
En geen slakken, muizen of vogels die ook graag mee-eten.
Maar de meeste tuinen zijn niet perfect.
De mijne in ieder geval niet.
Ik heb bomen, schaduw en wortels in de grond. Op sommige plekken valt veel blad. De ene hoek krijgt meer zon dan de andere en gedurende het jaar verandert dat ook nog eens.
Maar ik heb óók een prachtige groene tuin aan de rand van het bos.
En die bomen die mijn moestuin soms behoorlijk in de weg kunnen zitten?
Die wil ik helemaal niet kwijt.
Ze horen bij deze plek.
Dus pas ik de moestuin aan de tuin aan
In plaats van te proberen van deze tuin dezelfde tuin te maken als bij ons vorige huis, leer ik steeds meer om te kijken naar wat hier wél kan.
De groenten die veel zon nodig hebben, krijgen de beste plekjes.
Andere gewassen mogen op plekken waar wat minder zon komt.
Ik zaai, verplaats, probeer en kijk wat er gebeurt.
Soms blijkt iets prima te groeien op een plek waarvan ik dacht dat er te weinig zon kwam. En soms bewijst een plant heel duidelijk dat mijn inschatting compleet verkeerd was.
Dan weet ik dat voor de volgende keer.
Na ruim twee jaar ken ik de tuin steeds beter
Dat vind ik misschien nog wel het leukste aan een nieuwe tuin: je leert hem niet in één seizoen kennen.
Na ruim twee jaar weet ik inmiddels veel beter waar de zon komt, waar het langer vochtig blijft en welke plekken in de zomer ineens veel donkerder worden doordat de bomen vol in blad staan.
Maar ik ben nog lang niet uitgeleerd.
En dat hoeft ook niet.
Mijn moestuin hoeft hier niet hetzelfde te presteren als de moestuin bij ons vorige huis. Ik hoef niet zoveel mogelijk uit iedere vierkante meter te halen.
Ik wil vooral lekker buiten bezig zijn.
Een beetje zaaien.
Een beetje oogsten.
Af en toe denken: nou, dat was dus geen succes.
En vervolgens weer iets nieuws proberen.
Want misschien is dat wel het grootste verschil tussen mijn vorige zonnige tuin en deze bostuin.
Daar was moestuinieren makkelijker.
Hier is het soms meer zoeken.
Maar juist daardoor valt er ook veel meer te ontdekken.


